Schrijfonderwijs of inzetten op AI?

zondag, 22 maart 2026 (09:14) - Zoetermeers Dagblad

In dit artikel:

Barni Pethö (leerling, 6 vwo tweetalig) en Philip de Vries (rector van het Alfrink College in Zoetermeer) pleiten ervoor dat scholen niet hoeven te kiezen tussen schrijven en het inzetten van AI: beide horen thuis in het curriculum. Met schrijven bedoelen zij het zelf formuleren van teksten — op papier of digitaal — en met AI het gebruik van algoritmes voor allerlei schooltaken, niet alleen tekstgeneratie.

AI is al alomtegenwoordig op scholen: van personeelskamer tot klaslokaal, en de ontwikkeling lijkt vergelijkbaar met eerdere onderwijsveranderingen zoals de komst van internet en van de rekenmachine. Net zoals die instrumenten, biedt AI grote voordelen (sneller informatie vinden, oefenopgaven, samenvattingen, structuurhulp) maar blijft kritisch beoordelingsvermogen onmisbaar.

Schrijfvaardigheid blijft essentieel omdat het denken ordent, creativiteit en formuleren stimuleert en tot nieuwe inzichten leidt — zeker nu taalvaardigheid in de maatschappij achteruitgaat. Tegelijk kan AI leren efficiënter maken: vragen die anders tot de volgende les blijven liggen, kunnen direct beantwoord worden; docenten besparen tijd bij toetsvoorbereiding, lesideeën en notuleren. Belangrijk is wel dat zowel leerlingen als leraren leren goede vragen te stellen aan AI en de output niet klakkeloos te accepteren.

De auteurs benadrukken dat onderwijs moet afstemmen op leerdoelen: als het doel is zelf leren formuleren, moet de leerling zelf schrijven; als het gaat om het vinden van een antwoord op een onderzoeksvraag, kan AI uitkomst bieden. AI kan ook gebruikt worden om teksten in te korten en tegelijk te laten uitleggen waarom iets is weggehaald, zodat taalinzicht wordt vergroot. Een school die alleen op schrijven inzet of alleen op AI vertrouwt, bereidt leerlingen onvoldoende voor; goed onderwijs combineert beide, met aandacht voor doelgerichte inzet en kritische reflectie.