Waar we wonen, wie we willen zijn
In dit artikel:
Oudjaarsnacht in Zoetermeer bleef de auteur — wethouder Wonen — bij doordat het niet alleen om vuurwerk ging, maar om de pauzes daartussen: sirenes, hulpverleners die belaagd werden en een bestuurder die inreed op een groep buurtbewoners in zijn eigen wijk. Die gebeurtenis verdiept een bredere klacht die in de stad leeft: veel inwoners voelen zich niet meer gezien door systemen, regels en soms de politiek.
Als voorbeelden noemt hij de volle woningzoeklijsten, starters die jaren wachten, gescheiden ouders die tijdelijk bij familie intrekken en jongeren die op zolders of banken moeten slapen. Ook zorgt het systeem ervoor dat statushouders (erkende vluchtelingen) structureel voorrang krijgen, wat bij sommige inwoners het gevoel van onrechtvaardigheid versterkt. De wethouder stelt dat systemen slecht luisteren: het recht is helder, maar het gevoel van rechtvaardigheid van mensen moet serieus genomen worden.
Tegelijkertijd benadrukt hij de veerkracht in wijken zoals Palenstein: jongeren die elkaar aanspreken, buurtbewoners die ingrijpen en vrijwilligers die op 1 januari de wijk opruimen. Zijn oproep voor 2026 is duidelijk: bestuurders moeten vertrouwen verdienen, actief zien en verbinden, en werken aan een stad waar recht en rechtvaardigheid samenkomen. In plaats van schreeuwers pleit hij voor bouwers met hart voor Zoetermeer. Met een blik op de Chinese astrologie noemt hij 2026 het jaar om kracht te hervinden en samen vooruit te springen — een persoonlijke nieuwjaarswens aan de lezers.