Zoetermeerse verdachte inzake explosief onder auto van advocaat
In dit artikel:
Op 11 december 2024 ontplofte in de vroege ochtend een explosief onder de auto van een Rotterdamse advocaat. De bestuurder was niet in het voertuig; er vielen geen gewonden en de materiƫle schade bleef beperkt, maar het Openbaar Ministerie (OM) benadrukt dat het toeval was dat het incident niet dodelijk afliep. Volgens justitie wijzen de plaatsing en de kracht van het explosief op een gerichte, potentieel fatale aanslag.
Twee mannen uit Den Haag en Zoetermeer staan terecht; het OM beschuldigt hen van het plaatsen en tot ontploffing brengen van het explosief. In het strafdossier kwalificeert het OM de daad niet als vandalisme of simpele intimidatie, maar als een mislukte liquidatie. Daarom eist het twaalf jaar gevangenisstraf tegen beide verdachten.
Welke reden iemand op deze advocaat had, blijft onduidelijk. Onderzoeken naar beroepsmatige motieven, persoonlijke conflicten en mogelijke criminele verbanden hebben volgens het OM geen sluitende verklaring opgeleverd. De verdediging wijst juist op het ontbreken van een helder motief en betwist de lezing van justitie. De rechtbank moet nu beoordelen of er wettig en overtuigend bewijs is voor betrokkenheid en voor een poging tot moord; een uitspraak volgt later.
De zaak heeft bredere implicaties: aanvallen op juridische professionals ondermijnen niet alleen de persoonlijke veiligheid van advocaten, maar worden door het OM ook gezien als een bedreiging voor het functioneren van de rechtsstaat.